RISC Amsterdam

Welkom

Welkom op de website van RISC Amsterdam. Wij zijn een groep van sociale wetenschappers die onderzoek doen naar de manier waarop burgers, professionals en beleidsmakers omgaan met risico’s aangaande gezondheid, veiligheid en zorg en wat er nodig is om weloverwogen oordelen te vormen en geïnformeerde keuzes te maken.

Op onze website vindt u informatie over onze onderzoeksgroep, ons onderzoek naar risicocommunicatie, en informatie over onze onderzoeksthema’s binnen risicocommunicatie: geïnformeerde besluitvorming en omgaan met omgevingsrisico’s. Ook vindt u hier praktische informatie die u als professional kunt gebruiken bij het communiceren van  risico’s over gezondheid en veiligheid en wetenschappelijke informatie in de vorm van informatie over lopende onderzoeksprojecten en wetenschappelijke literatuur.

Heeft u vragen? Neem gerust contact met ons op.

Nieuws

Er zijn nog geen items beschikbaar.

Over ons

Het onderzoeksteam

Wij zijn een groep van senior en junior onderzoekers onder leiding van hoogleraar Danielle Timmermans. Regelmatig wordt onze onderzoeksgroep aangevuld met stagiaires. Door op een van onze foto’s te klikken krijgt u meer informatie over ons en vindt u de onderzoeken waar wij bij betrokken zijn.

Daniëlle Timmermans

Als hoogleraar Risicocommunicatie en Volksgezondheid geef ik leiding aan de onderzoeksgroep. Sinds 2013 ben ik ook Chief Science Officer Risicocommunicatie bij het RIVM. Naast het opzetten en aansturen van onderzoek op het gebied van risicocommunicatie voor gezondheid en veiligheid, is mijn taak bij het RIVM ook om bij te dragen aan het optimaliseren van de praktijk van risicocommunicatie. Als psycholoog richt ik me in mijn onderzoek op hoe mensen risico’s voor hun gezondheid en veiligheid beleven, hoe mensen informatie over risico’s begrijpen en gebruiken voor hun keuzes omtrent deze risico’s. Het onderzoek wordt gedaan vanuit maatschappelijke en praktische problemen en op basis van sociaal wetenschappelijke theorieën. Op deze wijze kan ons onderzoek bijdragen aan theorieën over risicoperceptie en risicocommunicatie en ook aan de oplossing van maatschappelijke problemen.

 

Liesbeth Claassen

Ik werk als adviseur en onderzoeker risico- en crisiscommunicatie bij het RIVM en de afdeling Sociale geneeskunde van het VU medisch centrum en begeleid projecten over risicoperceptie en communicatie van door de mens gecreëerde risico’s (zoals elektromagnetische velden, de rook van de branden, radon en nucleaire ongevallen). Ik studeerde Algemene Economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en Sociale Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde aan de Vrije Universiteit Medisch Centrum. In het verleden heb ik meegewerkt aan verschillende interdisciplinaire onderzoeksprojecten over risicoperceptie en communicatie in domeinen zoals gezondheidsrecht, genetica en medische counseling. Momenteel richt mijn onderzoek zich vooral op het ontwerpen van efficiënte en flexibele strategieën voor de communicatie van de milieurisico’s.

Olga Damman

Ik werk als senior onderzoeker op het gebied van risicocommunicatie en patiënten besluitvorming. Mijn onderzoek focust op hoe we gebalanceerde en begrijpelijke informatie voor burgers en patiënten kunnen ontwikkelen die hen helpt bij het maken van keuzes. Er wordt steeds meer van mensen verwacht dat zij zelf keuzes maken over hun gezondheid en de zorg die zij ontvangen, bijvoorbeeld in het proces van Shared Decision Making. Goede informatie is daarbij van wezenlijk belang; informatie die hen helpt om de medische risico’s goed te begrijpen en de voors en tegens van opties af te wegen.

Mijn achtergrond ligt in de Sociale Psychologie; in 2005 behaalde ik mijn master aan de Universiteit van Amsterdam. In 2010 behaalde ik mijn PhD aan Tilburg University op onderzoek uitgevoerd bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Mijn proefschrift ging over hoe kwaliteitsinformatie in de zorg begrijpelijk gepresenteerd kan worden aan consumenten.

Publicaties
2017
2016
2015
2014
2011
2010
2009

Bekijk alle publicaties van Olga Damman

Linda Douma

Sinds maart 2014 werk ik als promovenda op de afdeling Sociale Geneeskunde van het VUmc. In samenwerking met het RIVM doe ik onderzoek naar de publieke opinie en het besluitvormingsproces omtrent het bevolkingsonderzoek darmkanker. In 2007 heb ik mijn master Sociale Psychologie behaald aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Sinds mijn afstuderen geef ik training/les over kindermishandeling en huiselijk geweld. Samen met Medi Hoes heb ik het boek ‘Handelen bij Kindermishandeling en Huiselijk Geweld; van signalering tot besluit’ geschreven. Voordat ik aan de slag ging bij het VUmc heb ik gewerkt bij Bureau Jeugdzorg (Jeugd-GGz) en Zorgbelang Noord-Holland. Ik heb ervaring met het doen van kwantitatief onderzoek en kwalitatief onderzoek en vind het belangrijk om de doelgroep te betrekken bij het doen van onderzoek en de ontwikkeling & evaluatie van beleid/interventies. Mijn onderzoeksinteresse ligt bij het doen van praktijk gerelateerd onderzoek op het gebied van onder meer besluitvorming, communicatie, preventie, (publieke) gezondheidszorg en kindermishandeling & huiselijk geweld.

Onderzoeksprojecten

Tom Jansen

In 2014 studeerde ik af aan de opleiding Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Hierna ben ik begonnen met mijn promotieonderzoek bij de RISC onderzoeksgroep en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In mijn onderzoek komen domeinen zoals risicocommunicatie, -perceptie, -beoordeling en beleidsvoering samen en proberen we risicocommunicatie in geval van risico’s, waarvan we nog niet zeker weten dat ze bestaan, te verbeteren. Meer informatie hierover kun je vinden onder het project “onzekere risico’s”.

Onderzoeksprojecten

Dalisa van den IJssel

Ik ben in mei 2015 gestart met mijn PhD onderzoek over geïnformeerde keuzes en prenatale screening (PRESIDE project) bij de afdeling Sociale Geneeskunde van het VU medisch centrum. Ik heb in 2014 mijn masterdiploma gehaald in de richting Brein en Cognitie aan de Universiteit van Amsterdam. Deze specialisatie richt zich op het wetenschappelijk onderzoeken van de werking van het brein en het denken van de mens. Een belangrijk deel van onderzoek vind ik de vertaling naar de praktijk. Daarom heb ik ook het vak Toegepaste Cognitieve Psychologie aan de Universiteit Utrecht gevolgd.. In het PRESIDE project onderzoek ik wat er nodig is voor het maken van een geïnformeerde keuze binnen prenatale screening.  Hierbij nemen we het perspectief van zwangere vrouwen als uitgangspunt en kijken we ook naar hoe zij informatie over prenatale screening verwerken.

Onderzoeksprojecten

Thomas Stege

Ik ben een multidisciplinaire wetenschapper, met een achtergrond in zowel de sociale als de exacte wetenschap. Ik ben ooit begonnen met scheikunde, maar heb die studie niet afgemaakt. Vervolgens heb ik een bachelor Onderwijskunde afgerond aan de Universiteit Twente, en een master Cognitieve Psychologie aan de Universiteit Leiden. In maart 2016 ben ik begonnen bij het RIVM als promovendus, met een onderzoek naar risicocommunicatie van moeilijk waarneembare blootstellingen in arbeidssituaties. Door middel van een gedetailleerde analyse van theorie en praktijk ben ik van plan een systeem te ontwikkelen om arbeiders te helpen op een veilige en gezonde wijze hun werk uit te voeren

Valerie Eijrond

Ik ben geboren en opgegroeid in het buitenland en heb een educatieve achtergrond in business en gezondheid. In 2017 heb ik mijn masterdiploma behaald op het gebied van Gezondheid en Maatschappij aan de Wageningen Universiteit. Mijn master thesis ging over de waarde van de diagnose Lyme bij patiënten met persisterende onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten. Tijdens mijn studie en stage werd ik geïnteresseerd in problemen die zich voordoen bij mensen, dieren en ecosystemen, zoals ziektes die worden overgedragen van dier naar mens (zoönosen). Dit vereist een zogenaamde ‘One Health’ benadering, een geïntegreerde aanpak van meerdere disciplines om de gezondheid van mensen, dieren en ecosystemen te verbeteren. In juni 2017 ben ik begonnen aan mijn PhD project getiteld: “Talk in Action! Towards a constructive dialogue between stakeholders on livestock-related zoonoses”.

 

Onderzoeksprojecten

Lorraine Landais

Sinds december 2017 ben ik als PhD student aan de afdeling Sociale Geneeskunde van het VU Medisch Centrum werkzaam op het ‘CHOiCE’ project: Choosing the Healthy Option in a Choice Environment. Ik onderzoek welke keuze-architectuur technieken effectief zijn om actieve keuzes en blijvende gedragsverandering te bevorderen onder gezonde burgers en burgers met een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen. De focus ligt daarbij specifiek op beweeggedrag en medicatietrouw. Een vraag binnen dit onderzoek is bijvoorbeeld: ‘Hoe kan keuze-informatie over de voor- en nadelen van verschillende opties optimaal gepresenteerd worden, zodat mensen een gezonde keuze maken?’. Het project sluit goed aan bij mijn achtergrond in de sociale psychologie.

Nida Gizem Yilmaz

In juli 2017 heb ik mijn studie Management, Policy Analysis, and Entrepreneurship in Health & Life Sciences aan de VU afgerond. Hoewel mijn studie gericht is op het bedrijfsleven, heb ik mij tijdens mijn stages gericht op vraagstukken die meer binnen het sociale domein vallen. Zo ging mijn afstudeerstage over het informatie zoekgedrag van oudere Turkse kankerpatiënten en hun acceptatie van e-Health technologieën. Sinds december 2017 ben ik als junior onderzoeker werkzaam binnen de afdeling Sociale Geneeskunde van het VU Medisch Centrum. Ik werk op het KWF project naar keuzehulpen voor oudere kankerpatiënten. Binnen dit project onderzoek ik in twee aparte experimentele studies hoe we bestaande keuzehulpen voor (1) longkankerpatiënten en (2) borstkankerpatiënten kunnen optimaliseren, zodat deze ook eenvoudiger te gebruiken zijn voor oudere patiënten.

Onderzoek

Wat is risicocommunicatie?

Onder risicocommunicatie verstaan wij het communiceren over risico’s en voordelen voor gezondheid en veiligheid van bijvoorbeeld industriële technologieën, ziektes en menselijke gedrag. Risicocommunicatie kan verschillende doelen hebben. De belangrijkste doelen zijn:

  1. Mensen te helpen risico’s waarmee zij in aanraking komen te begrijpen.
  2. Het bevorderen van weloverwogen beslissingen over risico’s.
  3. Mensen aan te moedigen risico’s te minimaliseren of voorkomen.
  4. Draagvlak creëren en tot gezamenlijke besluitvorming te komen.

Risicocommunicatie is een uitdaging

Een van de uitdagingen betreft het expliciteren en afstemmen van de verschillende perspectieven op de concepten risico en risicocommunicatie.

Veel (maatschappelijke) problemen worden vanuit verschillende disciplines onderzocht en het onderzoek gebeurt vaak op verschillende manieren. Ook risico’s die onze gezondheid bedreigen zijn onderwerp van onderzoek binnen diverse disciplines. Dat zijn onder meer de epidemiologie en de toxicologie, de psychologie en de sociologie.

Risico is een multidisciplinair concept dat verschillend wordt gedefinieerd door verschillende disciplines. De technische, epidemiologische definitie van risico is de kans op een negatieve gebeurtenis of schade. De psychologische en sociologische definities leggen de nadruk op beleving en sociale processen die bepalen wat als risico wordt gezien. Risicocommunicatie wordt als gevolg van deze verschillende definities verschillend ingevuld.

 

Veel mensen hebben moeite met het begrijpen van kwantitatieve risico informatie. Het volgen van onderstaande richtlijnen maakt het voor mensen wat gemakkelijker.

Richtlijnen voor het communiceren van kwantitatieve risico-informatie

Wat de beste manier is om risico’s te communiceren hangt mede af van het doel van de communicatie en de doelgroep. Naast informatie over oorzaken, gevolgen en manieren het risico te controleren of verlagen, gaat risicocommunicatie over getallen, over kansen. Verschillende formats zijn beschikbaar voor de communicatie van het kwantitatieve aspect van risico’s: verbale termen, cijfers en grafische presentaties. Verbale termen, zoals ‘een grote kans’ worden vaak gebruikt, maar kunnen leiden tot verwarring omdat de exacte betekenis niet duidelijk is. De meeste mensen geven daarom de voorkeur om risico informatie te krijgen in getallen. Deze getallen hebben echter het nadeel dat mensen ze vaak moeilijk te begrijpen vinden.

Bij het gebruik van numerieke risico formats zijn twee kenmerken van belang voor het optimaliseren van de risicocommunicatie: een concrete weergave opdat mensen het zich beter kunnen voorstellen en een simpele weergave om foute interpretaties van risico informatie te minimaliseren. Verder hebben mensen een voorkeur voor exacte informatie omdat dan duidelijk is wat wordt bedoeld.

De algemene richtlijn voor het geven van technische informatie over risico’s is: “Wees exact, maak het concreet en hou het simpel.” Tien do’s en don’ts zijn:

Wees exact:

  1. Kwantificeer de risico’s zoveel mogelijk. Geef dus niet alleen verbale beschrijvingen (zoals “zeer hoog”, “licht verhoogd” etc.) of kleuren (zoals rood voor de hoog risicogroep). Verbale beschrijvingen leiden niet tot een accurate risicoperceptie en kunnen tot miscommunicatie leiden.
  2. Wanneer u toch verbale beschrijvingen gebruikt, doe dit dan zo neutraal mogelijk. Wees bewust van het doel ervan, bijvoorbeeld voor geruststelling ( “Het is een laag risico”).

Maak het concreet:

  1. Beschrijf alleen risico’s die verwijzen naar concrete mensen. Dus geen percentages kleiner dan 1%, geen gebroken getallen.
  2. Gebruik bij voorkeur frequenties. Vertaal zo nodig literatuurgegevens in dit format. Niet: “Er is een risico op hart- en vaatziekten van 15%.” Wel: “Van de 100 patiënten zoals u, krijgen er 15 binnen 10 jaar een hart- of vaatziekte.”
  3. Expliciteer de referentiegroep en gebruik zoveel mogelijk dezelfde referentiegroep. “80 van de 100 mensen worden beter, 4 van de 100 mensen hebben bijverschijnselen”.
  4. Gebruik de kleinst mogelijke noemer (d.i. de referentiegroep) als de risico’s uitgedrukt worden in frequenties.  Niet: “800 van de 10.000 mensen”. Wel: “8 van de 100 mensen”.
  5. Gebruik altijd een tijdsframe indien beschikbaar en bij voorkeur korte in plaats van lange tijdsframes. Dat is beter voorstelbaar voor patiënten. Dus het 10 jaars risico in plaats van het life time risico.

Houd het simpel:

  1. Gebruik zoveel mogelijk hetzelfde format. Niet: “80 van de 100 mensen worden beter en 4% heeft bijverschijnselen”. Wel “80 van de 100 mensen worden beter, 4 van de 100 mensen hebben bijverschijnselen”.
  2. Hou de referentiegroep (de noemer) gelijk als er verschillende risico’s gegeven worden. Niet: 1 op de 20 patiënten overlijdt en 1 op de 8 patiënten ondervindt complicaties. Wel: 5 van de 100 patiënten overlijden en 12 van de 100 patiënten ondervinden complicaties.
  3. Gebruik waar mogelijk visuele ondersteuning. Als u iemands numerieke risico op een aandoening in frequenties heeft uitgelegd, kunt u bijvoorbeeld een populatiediagram  tonen.

 

Richtlijnen voor het ontwikkelen van risico informatie.

Risicocommunicatie moet afgestemd zijn op de informatiebehoeften van het publiek en informatie die het publiek moet weten om geïnformeerde beslissingen te nemen. De beleving van een risico van bijvoorbeeld chemische branden of kanker kan weergegeven worden door een mentaal model. Een mentaal model is een samenhangend geheel van kennis en ideeën die iemand heeft over een risico, de effecten en de maatregelen om het risico te verkleinen. Dit model wordt gevormd door persoonlijke ervaring en informatie uit andere bronnen. Om goede risico informatie te ontwikkelen moet worden aangesloten bij het mentale model van burgers en moet duidelijk zijn waar dit leken model verschilt van dat van experts.

Stappenplan voor het ontwikkelen van risico informatie:

  1. Construeer een expert model van risico’s en maatregelen op basis van wetenschappelijk literatuur en interviews met deskundigen uit verschillende kennisdomeinen.
  2. Exploreer de leken modellen via interviews (10-20) met niet-deskundigen (leken).
  3. Identificeer zorgen, kennishiaten, misvattingen, en typische lekenideeën door de lekenmodellen te vergelijking met het expert model.
  4. Stel op basis van de uitkomsten van stap 3 een vragenlijst op en neem deze af in een representatieve steekproef uit de doelgroep .
  5. Gebruik de uitkomsten van stap 4 om de belangrijkste informatiebehoeften te identificeren (in overleg met de experts). Deze vormen het uitgangspunt voor nieuwe te ontwikkelen boodschappen
  6. Toets en evalueer de opgestelde risico informatie en bepaal het effect zorgen, kennis, en besluitvorming.

Risico is een multidisciplinair concept dat verschillend wordt gedefinieerd door verschillende disciplines. De technische, epidemiologische definitie van risico is de kans op een negatieve gebeurtenis of schade. De psychologische en sociologische definities leggen de nadruk op beleving en sociale processen die bepalen wat als risico wordt gezien. Risicocommunicatie wordt als gevolg van deze verschillende definities verschillend ingevuld:

Een technische benadering van een risico gaat over risicofactoren en kansen. Bijvoorbeeld, epidemiologen bestuderen risico’s voor ziektes zoals hart- en vaatziekten zoals te hoge bloeddruk. Risico is de kans dat iemand binnen een bepaalde tijd een ziekte krijgt, bijvoorbeeld 20% kans op een hart- en vaatziekte.  Mensen vinden deze technische informatie in getallen vaak abstract en moeilijk te begrijpen.

De psychologische benadering heeft betrekking op wat het risico betekent voor mensen: wat voor soort oorzaken en gevolgen zijn het, en wat kan je er aan doen. Risico’s voor de gezondheid waar mensen zelf geen invloed op hebben of die minder bekend zijn, zoals onbekende infectieziekten vinden mensen vaak erger dan de bekende risico’s door overgewicht of roken. Van alle gezondheidsrisico’s hebben mensen een meer of minder uitgewerkt mentaal model over de oorzaken, de gevolgen en controlemaatregelen die naast de kans bepalen wat ze van het gezondheidsrisico vinden en die mede gedrag en beslissingen bepalen.

Vanuit een maatschappelijke benadering wordt wat we als risico zien ook door de maatschappij beïnvloedt. Tegenwoordig maken we ons druk om allerlei risico’s van stoffen uit de omgeving waar we ons vroeger niet druk over maakten. Ook vertrouwen in de wetenschap en in experts, een rechtvaardige verdeling van risico’s en voordelen hebben invloed op hoe we over risico’s denken

Deze drie benaderingen komen in ons onderzoek in de volgende thema’s terug:

  1. Inhoud en vorm van risico-informatie: Hoe kan complexe technische, toxicologische of biologische wetenschappelijke informatie vertaald worden in alledaagse taal, rekening houdend met de publieke opinie? Hoe moet preventieve informatie over gezondheid gepresenteerd worden om weloverwogen en geïnformeerde keuzes t ondersteunen?
  2. Individuele relevantie: Hoe kunnen we mensen helpen om beter geïnformeerde en weloverwogen keuzes te maken over gezondheid en veiligheid?
  3. Maatschappelijk invloeden: Wat zijn de opvattingen en waarden van burgers over risico’s, en hoe kunnen deze in het beleid worden meegenomen? Hoe kan de dialoog met het publiek worden verbeterd door te leren van risicocommunicatie uit het verleden?

In ons onderzoek naar geïnformeerde besluitvorming staan de eerste twee thema’s centraal. In ons onderzoek naar omgaan met omgevingsrisico’s de laatste twee. Door op een van de onderzoeksthema’s te klikken vindt u uitgebreidere informatie over ons onderzoek in het thema.

Communicatie van risico-informatie voor geïnformeerde en weloverwogen gezondheidskeuzes. In de huidige gezondheidszorg wordt van burgers verwacht dat zij actief keuzes maken over hun gezondheid en zelf de regie voeren over hun ziekte. Het is dus belangrijk om hen in staat te stellen deze keuzes te maken. Duidelijke en accurate informatie draagt bij aan weloverwogen besluitvorming waarbij rekening wordt gehouden met mensen met beperkte cognitieve capaciteiten. Meer zeggenschap van burgers over hun gezondheid, ziektes en zorg kan tevens leiden tot een meer kosteneffectieve gezondheidszorg.

Informatie GB

Het keuzeproces

Het keuzeproces kan beschreven worden in een aantal stappen. Dit is een analytische manier van beslissingen nemen. In de werkelijkheid nemen mensen vaak geen beslissing volgens deze analytische manier maar slaan stappen over of baseren zich maar op beperkte informatie. . De volgende fasen zijn te onderscheiden: (1) herkenning van het keuzeprobleem; (2) structureren van het keuzeprobleem; (3) beoordelen van alle informatie en (4) het maken van de uiteindelijke keuze. Elke fase kan meer of minder analytisch zijn en meer of minder bewust.

Mensen kiezen op verschillende manieren en gebruiken niet altijd dezelfde strategie. Voor belangrijkere beslissingen zullen mensen meer moeite doen en meer informatie zoeken dan voor een minder belangrijke keuze. Daarnaast bepaalt het doel van de keuze welke informatie relevant is. Hoe mensen kiezen hangt naast hun motivatie ook af van hun kennis en vaardigheden. De combinatie van veel of weinig vaardigheden en veel of weinig motivatie bepaalt welke ondersteuning een kiezer nodig heeft.

Gedeelde besluitvorming

Bij Gedeelde Besluitvorming of Shared Decision Making gaat het om  het persoonlijke perspectief van de patiënt en zijn of haar mening en wensen over participatie in besluitvorming. De zorgverlener heeft een rol als expert en bron van informatie en als coach voor de patiënt bij het maken van de keuze voor een behandeling.>

Bijvoorbeeld bij een keuze tussen chirurgie of radiotherapie tegen longkanker is belangrijke informatie de risico’s van opereren, de kans op genezing bij opereren versus radiotherapie, de onzekerheden hierover, de bijwerkingen van beide behandelingen. Het betreft veelal veel en complexe informatie, die voor veel patiënten moeilijk te begrijpen is. Daarbij komt dat het om emotionele beslissingen gaat waarbij mensen slechter in staat zijn de informatie rationeel af te wegen.

 

Diverse websites geven ook keuzehulpen (decision aids) om patiënten te helpen bij het afwegen van de voor- en nadelen van de verschillende keuzemogelijkheden voor behandeling.

Voorbeelden zijn de Nederlandstalige websites Kiesbeter van het Zorginstituut Nederland en Med-decs, een verzamelsite van Europese keuzehulpen of de Engelstalige website van het Onderzoeksinstituut van het Ottawa Ziekenhuis

Hieronder een link naar een keuzehulp die wij zelf samen met artsen en patiënten gemaakt hebben. Deze keuzehulp is bedoeld voor mensen met een vroeg stadium niet-kleincellige longkanker. Een vroeg stadium longkanker is over het algemeen goed te behandelen, door ofwel een operatie ofwel een gerichte bestraling, ook wel stereotactische bestraling genoemd

http://www.keuzehulp-longkanker.nl/

Hier vindt u onze onderzoeksprojecten gericht op geïnformeerde besluitvorming. Klik op een van de iconen voor meer informatie over het project.

Darmkankerscreening

In januari 2014 is in Nederland het bevolkingsonderzoek darmkanker van start gegaan. Mensen die hiervoor worden uitgenodigd kunnen zelf beslissen of zij eraan mee willen doen of niet. In het project Darmkankerscreening onderzoeken wij hoe mensen tot hun keuze komen en welke overwegingen en factoren hierbij meespelen. Ook brengen we in kaart wat de publieke opinie is over het bevolkingsonderzoek en de mogelijke rol hiervan bij het maken van de eigen keuze.

Aan dit project werkt mee:

Dr. Ellen Uiters, RIVM

Dit onderzoek is onderdeel van het speerpunt risicocommunicatie uit het strategisch programma RIVM

Kankerscreenings

Preventieve gezondheidskeuzes over het wel of niet deelnemen aan borst-, baarmoederhals- en/of darmkankerscreening zijn complexe beslissingen. Bestaande gezondheidscommunicatie heeft minder kans van slagen als het geen rekening houdt met de informatiebehoefte van mensen voor het maken van een weloverwogen keuze. Het project CANEPRES (Fostering decision making concerning CAncer screening; health information NEeds and Presentation) beoogt bij te dragen aan het optimaliseren van de voorlichting verstrekt door het RIVM door de theorievorming en bestaande expertise over de behoefte aan en presentatie van informatie over kankerscreening verder uit te bouwen.

Aan dit project werkt mee:

Dr. Ellen Uiters, RIVM

Dit onderzoek is onderdeel van het speerpunt risicocommunicatie uit het strategisch programma RIVM

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Kiezen van een behandeling bij een vroeg stadium longkanker

Een steeds groter deel van de patiënten met stadium I niet kleincellige longkanker heeft de mogelijkheid om te kiezen tussen twee behandelopties, namelijk chirurgie en stereotactische radiotherapie. Deze twee opties bieden ongeveer gelijke overlevingskansen, maar hebben elk hun eigen voor- en nadelen. Het afwegen van beide opties is niet eenvoudig voor een longkanker patiënt. Daarom lijkt een proces van gezamenlijke besluitvorming (shared decision making) gewenst. Dit houdt in dat patiënten en artsen samen actief deelnemen aan het beslisproces. In deze studie, onderzochten we de ervaringen, percepties en voorkeuren van zowel patiënten als zorgverleners omtrent dit beslisproces.

Aan dit onderzoek werkte mee:

Prof. dr. Suresh Senan, radiotherapie, VUmc

 

Als vervolg op de studie een keuzehulp ontwikkeld voor patiënten.

 

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Metabool syndroom

Gezondheidsrisico’s zijn vaak lastig te begrijpen, bijvoorbeeld binnen de context van metabool syndroom, waarbij mensen nog geen/relatief weinig gezondheidsklachten ervaren. Deze mensen hebben een (mogelijk) verhoogd risico op type 2 diabetes, hart en vaatziekten en chtronische nierschade, op basis van hun leeftijd, leefstijl en/of familiegeschiedenis met deze aandoeningen.
Voor mensen met geringe gezondheidsvaardigheden (waaronder laaggeletterden)  is dit probleem nog groter. In het You’re at Risk! project werd aan de hand van de online risicocalculator van het PreventieConsult onderzocht hoe iemands persoonlijke risico op hart en vaatziekten, diabetes type II en chronische nierschade het beste gecommuniceerd kan worden.

Dit project werd gefinancierd door NWO Begrijpelijke Taal, diabetesfonds, nierstichting en de hartstichting

Een informatiefilmpje over dit project vind je hier.

 

 

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Keuzehulp Longkanker

In de zorgsector wordt er steeds meer aandacht besteed aan gedeelde besluitvorming (shared decision making). Dit houdt in dat patiënten samen met hun zorgverlener  tot een beslissing komen over bijvoorbeeld een behandeltraject bij ziekte. Om patiënten in een vroeg stadium longkanker te ondersteunen in dit besluitvormingsproces wordt er in samenwerking met de afdelingen longziekten en radiotherapie van het VU medisch centrum een keuzehulp voor patiënten ontwikkeld.

Aan dit onderzoek werkten mee:

Prof. Dr. S. Senan, radiotherapeut VUmc
Prof. Dr. E.F. Smit, longarts VUmc en NKI-AvL
Dr. M.A. Paul, chirurg, VUmc
Dr. A. Becker – Commissaris, longarts VUmc
Dr. K.J. Hartemink, chirurg NKI-AvL
Drs. E.M.T. Dieleman, radiotherapeut AMC

Dit project werd gefinancierd door KWF

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Prenatale screening

Prenatale screening wordt toegepast om vroegtijdig ziekten en andere complicaties bij de foetus op te sporen, bijvoorbeeld het Down syndroom. In aanmerking genomen dat mensen beperkte middelen hebben (bijvoorbeeld qua tijd, geld en cognitieve capaciteit) en de mogelijkheden van prenatale screening snel toenemen is het belangrijk dat ouders een geïnformeerde keuze kunnen maken met betrekking tot prenatale screening. Het doel van het PRESIDE onderzoek is het ontwikkelen van een nieuw meetinstrument voor geïnformeerde besluitvorming. Deze nieuwe maat kan worden gebruikt om de keuze voor of tegen prenatale screening testen en te monitoren.

Aan dit project werkt mee:

Lidewij Henneman, Community Genetica, VUmc

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

PROMs

Het doel van de PROMs studie is een model te ontwikkelen voor het bespreekbaar maken van PROM-gegevens in de spreekkamer. PROM staat voor Patient Reported Outcomes Measure. Dit zijn uitkomsten van zorg die de patiënt zelf rapporteert, zoals kwaliteit van leven, pijn en mobiliteit. In de studie wordt zowel het perspectief van patiënten als het perspectief van zorgverleners in kaart gebracht door middel van kwalitatief onderzoek. Daarnaast wordt aan een gebruikerspanel van patiënten met de ziekte van Parkinson geaggregeerde PROMs-gegevens in verschillende presentatie-formats voorgelegd, om vast te stellen hoe patiënten deze informatie begrijpen en gebruiken. Het uiteindelijke doel van het model is dat patiënten meer grip krijgen op hun eigen ziekteproces en dat er makkelijker een keuze gemaakt kan worden voor een behandeling, behandelaar en/of ziekenhuis.

Aan dit project werkt ook mee:

Prof. dr. Martine de Bruijne, Sociale Geneeskunde, VUmc

Dit project wordt gefinancierd door de NFU

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Keuzeondersteuning voor oudere patiënten met kanker

Patiënten willen steeds vaker zelf beslissen of meebeslissen met zorgverleners over hun behandeling en het ziekenhuis waar ze naartoe gaan. Om dit soort keuzes van patiënten met kanker te ondersteunen zijn keuzehulpen ontwikkeld. Door keuzehulpen in de klinische zorgpraktijk in te zetten kan er Gedeelde Besluitvorming (Shared Decision Making) plaatsvinden. Keuzehulpen zijn echter onvoldoende afgestemd op de informatieverwerking van oudere patiënten. Ouderen verwerken op een andere manier informatie en maken anders keuzes dan jongeren, onder andere vanwege veranderingen in geheugencapaciteit en werking van de hersenen. Dit project brengt systematisch in kaart brengt hoe keuzehulpen moeten worden afgestemd op behoeften en informatieverwerking van oudere patiënten met kanker.

Aan dit onderzoekt werkt mee:

Prof. dr. Julia van Weert, Communicatiewetenschappen, UvA

Dit project wordt gefinancierd door KWF

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Compliance en het volhouden van gezond gedrag

Het is moeilijk gebleken om interventies te ontwikkelen die leiden tot compliance van een gezonde leefstijl en adequaat medicatiegebruik, vooral als het gaat om het langdurig volhouden van gezond gedrag. Choice architecture (zoals nudging) en social marketing principes zijn mogelijk een middel om betere interventies te ontwikkelen, waarbij de bredere (sociale) omgeving in het maken van gezondheidskeuzes expliciet wordt meegenomen. Interventies die actieve keuzes ten aanzien van een gezonde leefstijl bevorderen, kunnen gedragsverandering op de lange termijn bewerkstelligen. Dit project onderzoekt deze choice architecture en social marketing methoden en mechanismen binnen de context van beweeg- en zitgedrag en therapietrouw bij gezonde mensen en mensen met (een verhoogd risico op) chronische cardiovasculaire ziekten.

Dit project is in samenwerking met:

Dr. Evert Verhagen, Sociale Geneeskunde, VUmc
Judith Jelsma, promovendus, Sociale Geneeskunde, VUmc

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Keuzehulp ziekenhuizen bij borstkanker

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Effectief en zorgvuldig communiceren over gezondheidsrisico’s uit het milieu. Wetenschappelijk onderzoek levert gegevens over mogelijke risico’s uit het milieu en van nieuwe technologieën die van invloed kunnen zijn op onze gezondheid en de duurzaamheid van onze leefomgeving. Experts beoordelen de ernst van deze omgevingsrisico’s vaak op basis van aspecten die berekend kunnen worden (bijvoorbeeld de kans dat iets mis gaat). Niet-experts beoordelen omgevingsrisico’s vaak ook op basis andere aspecten. In risicocommunicatie moet hiermee rekening worden gehouden omdat deze aspecten invloed kunnen hebben op hoe mensen omgaan met de communicatie. Een aantal voorbeelden van deze aspecten:

  • Vrijwilligheid van het risico. Als mensen vrijwillig met een risico in aanraking komen (bijvoorbeeld de keuze voor bepaalde voeding) dan wordt het risico als minder ernstig beoordeeld in vergelijking tot risico’s waar  mensen niet voor gekozen hebben.
  • Controle over het risico. Risico’s waar mensen controle over hebben (zoals autorijden) worden minder ernstig beoordeeld dan risico’s waar men geen controle over heeft
  • Onmiddellijkheid van effecten. Wanneer effecten direct optreden dan worden risico’s als ernstiger beoordeeld dan wanneer effecten pas op de lange termijn optreden.
  • Maatschappelijk nut. Als men het maatschappelijk nut van bijvoorbeeld een nieuwe technologie niet ziet, dan wordt het risico als ernstiger ervaren.
  • Risico voor kinderen. Lopen kinderen risico, dan wordt het risico ernstiger beoordeeld.
  • Technologie of natuurlijk. Risico’s die door mensen worden veroorzaakt zoals van technologieën, worden vaak hoger geschat dan risico’s met een natuurlijke oorsprong.

Ook vertrouwen in instituten speelt een belangrijke rol in de risicobeoordeling van mensen. Als er weinig vertrouwen is in een organisatie of autoriteit en deze als minder competent, eerlijk en transparant beoordeelt, dan heeft dit een negatieve invloed op de risicobeoordeling. Dit is  vooral het geval als mensen zelf geen controle over het risico hebben.

Vanuit het perspectief van risicocommunicatie zijn er een aantal aangrijpingspunten om aan vertrouwen te werken:

  • Tijdig communiceren van voor het publiek relevante informatie
  • Rekening houden met de normen en waarden van mensen
  • Transparant zijn over fouten
  • Duidelijke conclusies trekken
  • Erkennen dat er onzekerheid bestaat

Daarnaast spelen ook eigenschappen van instituten en de boodschapper een belangrijke invloed op het vertrouwen. Zo heeft het algemeen publiek over het algemeen veel vertrouwen in medici en weinig vertrouwen in de chemische industrie. Een te technisch verhaal kan een negatief effect hebben op het vertrouwen van de boodschapper en de boodschap.

Voor een goede vormgeving van een risicocommunicatie boodschap is het van belang om inzicht te hebben in de informatiebehoeften en percepties van experts en niet-experts. Inzicht hierin wordt onder andere verkregen door vertegenwoordigers uit beide groepen te interviewen, of door vertegenwoordigers in groepsgesprekken (zogenaamde ‘focus groepen’) te bevragen.

Een voorbeeld van ons onderzoek waar dit bij gedaan is, is een onderzoek naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk in 2011. Het doel van dit project ‘Berichtgeving over rook van branden: aanpassing op grond van perceptieonderzoek‘  was het (her)formuleren van in de praktijk toepasbare en op onderzoek gebaseerde standaardberichten voor chemische branden, die zo opgesteld zijn dat ze door de ontvangers worden vertrouwd en begrepen, antwoord geven op de belangrijkste vragen en zorgen en aansluiten bestaande ideeën en kennis van burgers De resultaten van dit onderzoek onder experts en niet-experts wordt in onderstaande complexe figuur weergegeven.

Rook bij branden mentaal model leken

Uit het onderzoek bleek dat leken de risico’s van ‘chemiebranden’ voor de gezondheid hoger inschatten dan die van natuurbranden. Leken maken zich daarbij vooral zorgen over de kankerverwekkende stoffen in de rook en verwachten veel van de mogelijkheden om giftige stoffen in de rook te meten. De in de praktijk veel gebruikte frase ‘er is geen gevaar voor de volksgezondheid’ waarbij tegelijkertijd iedereen wordt geadviseerd uit de rook te blijven, als weinig betrouwbaar en tegenstrijdig wordt ervaren.
Het nieuwe standaardbericht zou er zo uit kunnen zien:

Bij de brand komt veel rook vrij. De brandweer adviseert inwoners in en rond X uit de rook te blijven, ramen en deuren te sluiten en mechanische ventilatie uit te zetten. In rook zitten namelijk altijd schadelijke stoffen. U kunt last krijgen van irritatie aan uw ogen en luchtwegen. De kans dat door u inademing van de rook een ernstige ziekte zoals kanker krijgt, is echter uiterst klein, vergelijkbaar met het inademen de rook van enkele sigaretten’.

Hier vindt u onze onderzoeksprojecten gericht op omgaan met omgevingsrisico’s. Klik op een van de iconen voor meer informatie over het project.

Onzekere risico's

Wanneer wetenschappelijke kennis geen uitsluitsel kan geven over het bestaan van risico’s wordt er soms over onzekere risico’s gesproken. Informatie over onzekerheden speelt steeds vaker een belangrijke rol in het maatschappelijke debat over risico’s. Omdat verschillende maatschappelijke groepen (bijvoorbeeld wetenschappers, beleidsmakers of het algemene publiek) zowel onzekerheden als risico’s verschillend kunnen beoordelen is de kans op misinterpretatie erg groot. Om de wetenschappelijke basis van risicocommunicatie in het kader van onzekere risico’s te verstevigen doen wij onderzoek hoe verschillende groepen deze risico’s beoordelen en welke risicocommunicatiestrategieën het beste ingezet kunnen worden om het maken van geïnformeerde beslissingen te bevorderen.

Dit onderzoek is in samenwerking met:

Dr. Irene van Kamp, RIVM

Dit onderzoek is onderdeel van het speerpunt risicocommunicatie uit het strategisch programma RIVM

Crisiscommunicatie

Communiceren over risico’s is in veel situaties een complexe opgave, maar zeker in periodes gekenmerkt door hoge urgentie en hoge onzekerheid. In dit project onderzoeken we hoe- en wat we het beste kunnen communiceren tijdens gezondheidscrises. Dit met het doel mensen goed en tijdig te informeren over risico’s. Wij kijken daarbij naar situaties met infectieziekten en situaties met gevaarlijke stoffen die ofwel door experts worden aangeduid als een zeer urgente dreiging voor de volksgezondheid ofwel in de maatschappij worden gepercipieerd als zodanig.

Aan dit project werken mee:

Dr. Aura Timen, RIVM
Margreet te Wierik MD, RIVM
Dr. Marcel Mennen, RIVM

 

Dit onderzoek is onderdeel van het speerpunt risicocommunicatie uit het strategisch programma RIVM

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Vee-gerelateerde zoönosen

Infectieziekten die van dier op mens kunnen worden overgebracht komen regelmatig in het nieuws. Dit gebeurt naar aanleiding van nieuwe uitbraken maar ook in de context van publieke debatten over de intensieve veehouderij in Nederland. Deze debatten kenmerken zich door grote verschillen in risicoperceptie van de verschillende betrokkenen, zoals overheid, boeren, patiënten en omwonenden, en terugkerende polarisatie. Een belangrijk speerpunt is het achterhalen van de bredere, sociaal-morele overwegingen bij risicopercepties. Het doel is om een trainingmodule te ontwikkelen voor professionals van het RIVM en GGDs.

Dit onderzoek is in samenwerking met:

Prof dr. Hedwig de Molder, Strategische Communicatie, WUR
Lotte van Burgsteden, promovendus, Strategische Communicatie, WUR

Dit project wordt gefinancierd door ZonMw

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Moeilijk waarneembare werk-risico's

Werknemers in industriële bedrijven krijgen vaak te maken met diverse risico’s tijdens hun werk. In dit project wordt gefocust op de risico’s van moeilijk waarneembare blootstellingen. Hierbij gaat het om fysische agentia, zoals elektromagnetische velden, chemische agentia, zoals giftige stoffen, en biologische agentia, zoals bacteriën. Er wordt onderzocht op welke manier deze risico’s het beste gecommuniceerd kunnen worden naar werknemers, zodat zij niet alleen de risico’s van hun werkzaamheden begrijpen, maar ook de nodige voorzorgsmaatregelen treffen om deze te beperken.

Aan dit onderzoek werkt mee:

Dr. John Bolte, RIVM & Hogeschool Den Haag

Dit onderzoek is onderdeel van het speerpunt risicocommunicatie uit het strategisch programma RIVM

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Gezondheidseffecten hoogspanningsleidingen

In de nabije toekomst worden er in Nederland nieuwe hoogspanningsleidingen en basisstations voor mobiele telefonie geplaatst om aan de toenemende vraag naar energie en draadloze communicatie te kunnen voldoen. Ondanks of juist door een gebrek aan bewijs, zijn mensen onzeker en bezorg over de mogelijke gezondheidsrisico’s van electromagnetische velden (EMV) die uitgezonden worden door deze apparatuur. Deze bezorgdheid kan worden geuit in protesten tegen de plaatsing van nieuwe EMV apparatuur. Daarnaast rapporteren sommige mensen die in de nabijheid van bestaande EMV apparatuur lichamelijke klachten zij toeschrijven aan EMV-bronnen in hun buurt. In Under tension! onderzoeken we hoe de individuele, sociale, politieke en ecologische factoren bij kunnen dragen aan een dergelijke uitkomst door middel van een prospectieve cohortstudie.

Aan dit project werkten ook mee:

Prof. dr. ir. Tjabe Smid, VUmc
Dr. Fred Woudenberg, GGD Amsterdam

Dit project werd gefinancierd door ZonMw

Gezondheidseffecten zendmasten

Het aantal antennes voor mobiele communicatie is de afgelopen 15 jaar flink gestegen door een toename van gebruik van mobiele telefoon. Hierdoor is ook de blootstelling aan radiofrequente electromagnetische velden (RF-EMF) toegenomen. Voor dit onderzoek maken we gebruik van het AMIGO cohort, waarin wij bestuderen of deze blootstelling gevolgen heeft voor de hoeveelheid en ernst van gezondheidsklachten die mensen ervaren, en ook welke rol de perceptie van blootstelling daar in speelt.

Aan dit onderzoek werkten mee:

Prof. dr. ir. Tjabe Smid, VUmc
Dr. Pauline Slottje, Huisartsgeneeskunde, VUm
Prof. dr. ir. Roel Vermeulen, IRAS, UU
Prof. dr. ir. Hans Kromhout, IRAS, UU

Dit project wordt gefinancierd door ZonMw

RISC onderzoekers betrokken bij dit project

Contact

Verzend uw bericht

Selecteer uw contactpersoon

 danielle-timmermans liesbeth-claassen olga-damman linda-douma tom-jansen dalisa-van-ijssel thomas-stege valerie-eijrond lorraine-landais nida-gizem-yilmaz
 

Om contact met ons op te nemen kiest u uw contactpersoon aan de rechterkant en stuurt u uw bericht.

Partners

  • RIVM

    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

  • GGD

    Gemeentelijke Gezondheidsdienst

  • KWF

    KWF Kankerbestrijding

  • Diabates Fonds

    Diabates Fonds